Mijn Superkracht.nl

02
03
2017

Breuken oefenen? Waarom trucjes niet zinvol zijn

Voor veel ouders zal het bekend voorkomen: de breuken in groep 7 en 8 leiden steevast tot problemen. De leerkracht bundelt een aantal oefenbladen zodat er thuis nog wat extra geoefend kan worden. En daar blijkt al snel dat de manier waarop kinderen breuken aangeleerd hebben gekregen, heel anders is dan die je als ouder geleerd hebt.

De verleiding is dan ook groot om de trucjes van vroeger aan te leren en je kind zo door de werkbladen breuken heen te loodsen. Maar handig is dat niet. Zeker op de langere termijn kunnen trucjes een negatieve uitwerking hebben.

 

Realistisch en inzichtelijk rekenen

Om te beginnen is het goed om te weten waarom kinderen breuken aanleren op de manier zoals ze die aanleren (en die in ogen van veel ouders omslachtig en onhandig is). Dat heeft alles te maken met realistisch en inzichtelijk rekenen. Om te begrijpen wat ze doen, moeten kinderen inzicht hebben. Weten wat ze doen maakt dat ze de breuken goed kunnen toepassen, maar – nog belangrijker – ook de juiste toepassing op de juiste som kunnen loslaten.

Want het oude “delen met een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde” werkt alleen voor het type breuk waarbij je 3/4 deelt door bijvoorbeeld 1/2 (3/4 : 1/2). Daar kun je dan 3/4 x 2/1 = 6/4 = 1 1/2 van maken.

Uiteraard kun je dat op allerlei manieren omdraaien en op die manier ook de bewerkingen uitrekenen, maar je hebt dan geen idee meer wat je aan het doen bent.

 

Voorbeeld van inzichtelijk rekenen

Diverse rekenmethodes hebben manieren bedacht om sommen als 3/4 : 1/2 inzichtelijk te maken. Bijvoorbeeld door de wijnfles-methode. Er is 3/4 liter wijn en die wordt verdeeld over glazen van 1/2 liter (forse glazen). Hoeveel glazen kunnen er gevuld worden?

Manier 1: maak kommagetallen van de breuk en reken de som op die manier uit

3/4 wordt 0,75 liter

1/2 wordt 0,5 liter

0,5 past 1,5 keer in 0,75, dus het antwoord is 1 1/2.

Manier 2: maak de breuken gelijk

1/2 is hetzelfde als 2/4

We hebben 3/4 en dat betekent dus dat 1/2 (2/4) 1,5 keer eruit kan.

Stroken en cirkels

Aan de hand van stroken die chocoladerepen voorstellen en cirkels die pizza’s voorstellen leren kinderen deze basis steeds verder uitbouwen tot ze precies weten hoe ze elke soort som uit moeten rekenen.

In groep 8 eindigt het ergens met sommen als:

2 2/8 : 1/4 =

1 1/9 x 2 =

Tegen die tijd hebben kinderen al een heleboel ervaring met breuken opgedaan. Wanneer zij dit vanaf de basis goed hebben kunnen uitbouwen, kunnen zij deze werkwijze toepassen op rekentoetsen en ook op de Cito-toets aan het einde van groep 8. Daarin wordt kennis van onder meer rekenen met breuken getoetst.

Oefenen met breuken

Bij het oefenen met breuken is het dus van belang om de aangeleerde manier van school onder de knie te krijgen. Gelukkig staat het internet vol met filmpjes die uitleggen hoe dit moet.

Ook is het belangrijk om te blijven oefenen met het automatiseren van breuken. Basiskennis als 1/2 is de helft of 0,5 (50%) en 1/4 is 25% (0,25), 1/8 is 0,125 of 12,5% enzovoorts kan helpen om sneller de vertaalslag te maken.

Helaas moeten veel kinderen dit bij elke som weer opnieuw “ontdekken” omdat het niet is blijven hangen. Net als het trainen van de tafels zou ook het trainen van breukenbasis een vereist moeten zijn.

Wil je hier als ouder mee aan de slag? Dan is er op de website Bureau Bijles dit handige rekenspelletje te vinden waarmee je onder meer de verhouding tussen breuken, procenten en kommagetallen kunt automatiseren.

Door: Theo Streng

Theo is werkzaam als leerkracht in de bovenbouw, rekenspecialist en gedragsspecialist. Hij heeft veel interesse in ICT en de 21e eeuwse vaardigheden.
Terug