Mijn Superkracht.nl

30
01
2014

Toetsen uit de methode: kan 'ie het of kan 'ie het niet?

In de media gaat het regelmatig over de hoeveelheid toetsen die wordt afgenomen in het onderwijs. Daarbij wordt over het algemeen gekeken naar de Cito-toetsen en is er vrijwel geen aandacht voor de andere toetsen die worden afgenomen, namelijk de toetsen die horen bij de methodes waar de lessen uit gegeven worden. Toch komen de meeste toetsen uit die methodes. De Cito-toetsen worden namelijk maar 2 keer per jaar afgenomen en de meeste taal- en rekenmethodes toetsen ongeveer eens in de 2 of 3 weken. Het rapport wordt op de meeste scholen gebaseerd op deze toetsen en daarnaast wordt vaak de score van de Cito-toets vermeld als extra gegeven.
In een eerder blog ben ik al ingegaan op het verschil tussen Cito-toetsen en toetsen uit de methode. In dit blog wil ik je meer vertellen over wat deze toetsen meten en wat de leerkracht met de uitslag zou kunnen doen.

Meten wat net geleerd is

Deze toetsen meten in hoeverre een kind de stof beheerst die in het betreffende blok aan bod komt. Gaat een taalblok over het herkennen van de persoonsvorm, dan zal de toets alleen daarover gaan. De uitslag van deze toets vertelt je dan ook alleen of een kind de persoonsvorm kan herkennen en of het dus geleerd heeft wat het in dit blok zou moeten leren.
Omdat er in de blokken meer dan 1 onderwerp aan bod komt, ontstaat er na analyse van de toets een duidelijk beeld welke onderwerpen ieder kind wel of niet beheerst.

Aanbod aanpassen

De meeste methodes schrijven voor dat de toets ongeveer een week voor het einde van het blok afgenomen moet worden. Na afname van de toets weet de leerkracht dan wie het onderwerp beheerst en wie er nog extra instructie of herhaling nodig heeft. De laatste week van het blok kan dan gevarieerd worden in welke uitleg en oefeningen welk kind krijgt. Bij spelling worden daarom vaak 2 dictees afgenomen, het 2e dictee wel aan het einde van het blok. Daarbij kan de leerkracht zien of alle regels na de extra oefening wel beheerst worden.

Kinderen die verder zijn

De toetsen kunnen ook gebruikt worden om aan het begin van het blok te bepalen in hoeverre kinderen het nodig hebben om het hele blok mee te doen. Wanneer de leerkracht de toets aan het begin van het blok afneemt en een kind maakt hem vrijwel foutloos, dan is het niet zinvol als dat kind alle oefeningen doet. Omdat je echter niet kunt zien hoe het tot de antwoorden komt, is het wel belangrijk dat het meedoet aan alle instructiemomenten.

Voldoende of onvoldoende

De toets meet of het kind de stof beheerst die in het blok aangeboden is. De methode geeft vervolgens aan bij welke score welk punt hoort. Vaak wordt uitgegaan van de 80%-norm. Dat betekent dat je bij 80% goed een voldoende, of een 6, hebt gehaald. Deze norm gaat ervan uit dat een kind dat 80% van de vragen goed beantwoordt, zich nog wel eens vergist, maar wel weet hoe het de vragen zou moeten beantwoorden. Als het meer fouten maakt, zijn het geen vergissingen meer, maar begrijpt het echt de stof niet.

Wisselende resultaten

De resultaten bij een methodetoets kunnen sterk wisselen, afhankelijk van het getoetste onderwerp. Bij een zaakvaak kan de interesse een rol spelen en bij rekenen maakt het nogal wat uit of de toets over cijferen of procenten gaat. Daardoor is het best lastig om aan de uitslag van deze toetsen te zien hoe het over het algemeen met een vak gaat bij deze leerling. Als je alle toetsen in een periode naast elkaar legt, kun je wel zien of een kind dit vak moeilijk of makkelijk vindt. Dit is ook wat een leerkracht doet bij het opstellen van een rapport, het gemiddelde van de toetsen wordt de beoordeling op het rapport.

Effecten van extra begeleiding

Doordat met deze toetsen alleen de net aangeboden stof getoetst wordt, is het daarbij vaak lastig om effecten van extra begeleiding aan kinderen met leerproblemen te zien. Wanneer er sprake is van een leerachterstand, zal de begeleiding zich niet meteen richten op wat er in de klas behandeld wordt. De leerkracht of Remedial Teacher sluit aan bij het niveau van het kind en begint dus bij stof die al eerder is aangeboden. De effecten hiervan zie je na een wat langere periode bij de methodetoetsen, als het vak makkelijker wordt doordat de basis beter beheerst wordt.

 

Kort samengevat kan de leerkracht aan de resultaten van een toets van de methode alleen zien of een kind de vragen over een onderwerp wel of niet goed kan beantwoorden. Om te weten wat het effect van extra begeleiding is of wat het niveau van het kind is ten opzichte van andere kinderen, heb je andere toetsen nodig.

 

Heb je naar aanleiding van dit blog vragen, neem dan gerust contact met mij op!

 

Door: Annemieke Augusteijn

Annemieke, gediplomeerd leerkracht en Remedial Teacher in 's-Hertogenbosch, is de bedenker van Mijn Superkracht. In de begeleiding van haar leerlingen zet zij ICT in om de kracht van kinderen zichtbaar te maken.
Terug