Mijn Superkracht.nl

09
02
2016

Uitslag van de WISC-III (2012)

Op een warme junidag zitten mijn man en ik in een heet en benauwd kamertje tegenover serieuze gezichten. De knoop in mijn maag verandert in één keer in een steen. Zelfs de Onderbouw coördinator (Een van de juffen die Tijs in groep 4 les geeft) lacht niet.

Het klamme zweet breekt me uit en om de gespannen sfeer die als een zware deken in het kamertje hangt te breken zeg ik quasi nonchalant: ‘wat een serieuze gezichten op zo’n zonnige dag!’

De RT-er reageert meteen door te knikken. Ik pak snel de hand van mijn man en knijp er even in.

De psychologe neemt het woord en begint: ‘Tijs maakt vanaf het begin een open, spontane en vrolijke indruk. Hij vertelt uit zichzelf dat hij rekenen moeilijk vindt. Hij is snel afgeleid en geneigd om tussendoor veel over andere dingen te praten. Hij vraagt bijvoorbeeld: heb jij een man?’

Ik glimlach. Dit is typisch Tijs. Vooral als hij iets moet doen wat hij niet leuk vindt, probeert hij de aandacht te verleggen én hij vindt het echt interessant om meer over mensen te weten te komen.

‘Tijs heeft moeite met de verbale informatie verwerking. Hij vindt het moeilijk om informatie vast te houden en vraag om herhaling. Zo luister Tijs niet goed bij een rekentaak naar de sommen en doet hij consequent erbij in plaats van eraf. Ook krijgt hij niet mee dat hij bij een opdracht nog een derde bladzijde moet doen. Tijs zegt zelf dat hij bij Mama soms ook in de war raakt met luisteren.’

Ik slik, want ook hier herken ik mijn kind in. Drie opdrachten geven is moeilijk uit te voeren voor hem. De eerste onthoudt ie nog wel, maar dan is Tijs de draad kwijt. Ik ben ontroerd dat mijn zoon zo’n zelfkennis heeft en weet waar hij aan moet werken.

‘Tijs heeft verder last van woordvindingsproblemen en benoemt soms woorden verkeerd: snangels in plaats van snaren.’

Tja; ook dit komt regelmatig voor. Een eikel of beukennootje wordt eikenootje of een veulen wordt ponypaardje.

‘Tijs maakt een onzekere indruk. Regelmatig zegt hij van te voren dat hij iets niet kan en vraagt bevestiging over de opdrachten die hij moet doen. De verschillende taken kosten hem zichtbaar moeite. Hij vraagt regelmatig tijdens taken hoeveel opdrachten hij nog moet doen. Aan het eind van de ochtend maakt Tijs een vermoeide indruk’.

Mijn man en ik kijken elkaar aan. We kunnen niet anders zeggen dan dat wij Tijs herkennen in haar bevindingen. Nogmaals wordt onderstreept dat Tijs voor zijn leeftijd wel heel erg sociaal, meelevend en gevoelig is.

‘Kom nou maar op met die uitslag!’ wil ik haast uitroepen.

De psychologe schraapt haar keel:  ‘Gemeten met de WISC-III blijkt Tijs verstandelijk, in vergelijking met leeftijdgenootjes, op moeilijk lerend niveau te functioneren. Zowel op verbale (talige) en performale (handelingsgerichte) intelligentie. Er is dus sprake van een harmonisch profiel op schaalniveau. Mijn aanbeveling is dan ook een jaar doubleren zodat Tijs minder druk voelt, de stof beter tot zich kan nemen en niet achter de feiten aan blijft lopen’.

Ik schrik enorm. Niet eens zozeer om de term ‘moeilijk lerend niveau’. Maar beelden over zijn toekomst vliegen in mijn hoofd voorbij. Kan hij later een school vinden die bij hem past? Kan hij werk vinden wat hij leuk vindt en waar hij zelf voor kiest? Kan hij ooit op zich zelf wonen? En… hoe gaan we hem vertellen dat hij blijft zitten?

Mijn veilige wereld wordt letterlijk even onder mijn voeten weg gemaaid. Dan word ik boos omdat de toekomst volgens de WISC-III test, al voor mijn kind is vastgesteld. Hij is nu niet slim en zal ook nooit slim worden, volgens de test.

Door alle emoties, die als een orkaan door mijn lichaam gieren, houd ik het niet droog. En als de tranen komen is er geen houden meer aan. De juffen schrikken en weten zich niet zo goed raad met zo’n huilende moeder. Mijn man pakt me stevig vast. Ook bij hem voel ik de emotie. Na een paar tissues en glazen water ben ik in staat om te reageren. Het wordt uiteindelijk een open gesprek met veel ruimte voor vragen, voor onze twijfels over bepaalde uitslagen en of doubleren wel echt de juiste oplossing is.

Met de juf spreken we af dat we Tijs na schoolkamp vertellen dat hij nog een jaartje in groep 4 blijft. We hebben nog een week om na te denken hoe we dit gaan brengen bij ons kind.

Tijs is net thuis als we binnen komen. Ik vlieg naar boven om mezelf bij elkaar te rapen. Ik neem een lauwe douche in de hoop alle emoties van me af te spoelen.

‘Oh, jochie’ denk ik, ‘wat een opdracht om jouw dit nieuws te moeten brengen! Je moest eens weten wat er boven je hoofd hangt.’

’s Avond praten mijn man en ik nog heel lang over de uitslag en wat het zou kunnen betekenen voor zijn toekomst. Ook onze emoties komen aan bod en krijgen een plekje. Maar op deze avond weet ik ook zeker dat er meer aan de hand is wat niet uit de test naar voren gekomen is. Dat hij traag is met sommige dingen, meerdere opdrachten niet aankan, snel afgeleid is, moeite heeft met plus en min en woorden door elkaar haalt kan ook een andere reden hebben. Bij elkaar geraapt en wetende dat we samen sterk staan ga ik uiteindelijk slapen. De uitslag van de test is het begin van een zoektocht naar de juiste hulp en begeleiding voor Tijs. Wij zijn er klaar voor!

 

Door: Aimee Pijl

Aimee schrijft een blog over haar kind, dat beelddenker is. Er zijn meer beelddenkers dan we beseffen. En er is nog te weinig over bekend, waardoor ouders en leerkrachten vaak niet weten dat een kind beelddenker is. Met haar blog probeert Aimee ouders te bereiken die hun kind herkennen in haar verhalen, zodat ze weten dat ze er niet alleen voor staan. Een beelddenker is bijzonder. Van haar bijzonder kind krijgt ze veel inspiratie die ze graag wil delen met iedereen die geïnteresseerd is. Meer informatie: http://www.kind-in-beeld.com
Terug