Mijn Superkracht.nl

23
10
2018

Het wiskundehondje

Het wiskundehondje?

Ja, het wiskundehondje, het standaard boekje wat ik in mijn tas heb wanneer ik eens geen les over dyslexie heb, maar over wiskunde.
Dyslexie is erfelijk en zo heb ik jaren geleden al gemerkt dat ik het zelf ook enigszins onder de leden heb. Ik leerde mij vroeger stuk op het Engels en Frans en kreeg de proefwerken altijd een regen van rode strepen terug.

Maar, daar staat tegenover dat ik, net zoals vele leerlingen met dyslexie,
wel goed ben in de exacte vakken en wiskunde is er daar één van.

En zo komt het dat ik ook geregeld met het wiskundeboek ‘op schoot zit’. En wat ik dan vaak zie is het volgende:

Soms ontbreekt het de leerling nog aan basisvaardigheden, zoals het werken met breuken of het vermenigvuldigen met getallen kleiner dan één. Wanneer je dat nog niet onder de knie hebt, zorgt dat steeds voor onzekerheden tijdens het werken aan je wiskunde. Als er in de basis gaten zitten en je gaat daar verder op bouwen, is de kans aanwezig dat je bouwsel een keer in elkaar stort. Dat geeft natuurlijk geen fijn gevoel. En dus gaan we eerst die basis rechttrekken.

Daarna lopen we de huidige stof langs. Dat gaat dan al vaak een stuk beter, omdat de basisbegrippen nu weer duidelijk voor ogen zijn. Je begrijpt nu bijvoorbeeld wel hoe het werken met breuken in elkaar steekt. Wanneer je begrijpt wat je moet doen is het alleen nog maar een kwestie van invullen en uitrekenen. Daar ligt het probleem ook niet. Dat lag op het gebied van hóé je het gaat uitrekenen.

Dan leg ik vaak de opbouw van zo’n wiskundeboek uit.

In de eerste paragrafen staan de ‘droge’ sommetjes. Wat heel goed helpt is het door middel van een simpel voorbeeld uit te leggen.
Kijk, in de eerste paragrafen krijg je bijvoorbeeld sommetjes van 2 x 3 = juist 6.
Bij de zogenaamde ‘Gemengde opgaven’ wordt de stof in een verhaaltje gegoten. De som die eronder ligt blijft hetzelfde. Die ziet mijn leerling dan ineens niet meer en de paniek slaat toe en hebben ineens geen idee meer hoe ze deze opgave moeten gaan maken.

Even terug naar de som. 2 x 3 = 6, die wordt in de gemengde opgaven dan bijvoorbeeld: Meneer Jansen koopt bij de groenteboer 2 kg appels. 1 kg kost €3,=. Wat is meneer Jansen kwijt? Antwoord: €6,=

En dat gaat ook op voor de wiskundige opgaven. Ik leg dan uit dat ze de gegevens waarmee ze gaan rekenen, uit het verhaaltje ‘moeten’ gaan halen. En daarbij is het ook steeds van belang dat je goed voor ogen houdt waar de eventuele onbekenden voor staan. Ik laat dat ook altijd noteren. Zo komt een formule ook meer tot leven. 

En daarbij vraag ook altijd om uitleg: Wat staat er nu precies? Wat willen ze weten?

Dat gaat in het begin natuurlijk nog niet meteen goed, maar gaandeweg merken we allebei dat daar wat verandering in komt en ook hier draait het uiteindelijk allemaal om vertrouwen.

Dan tijdens de les, even een pauze.

En omdat ik nu vaak met leerlingen te maken heb die wél veel lezen, heb ik mijn boekje mee genomen; Het Wiskundehondje. Want, wiskunde is voor hen saai….en het wiskundehondje maakt het wat leuker voor ze.

Zo had ik een leerling die gek was van paarden. En in het Wiskundehondje staat een heel leuk verhaal over, jawel: De Paardensprong. Je weet wel, bij het schaken mag een paard twee vakjes naar boven of naar beneden en dan eentje opzij. De wiskundige hielden zich bezig met de vraag: kan het paard langs alle vakjes op het bord komen zonder een vakje over te slaan óf meer dan eens op hetzelfde vakje te belanden?

Het antwoord is já! Dat kan. Het paard begint dan wel altijd op een vlakje, met de tegenovergestelde kleur. Dus…. Begint hij zwart dan eindigt hij wit. Begint hij wit…..en eindigt altijd naast het vakje waar het is begonnen. Mooi he?

Vraag: wat betekent dat dan voor de afmeting van het bord. Met ander woorden: uit hoeveel vakjes mag het bord bestaan (rijen en kolommen dan met hetzelfde getal) wil het paard zo kunnen springen? Nou en daar hebben we het dan een tijdje over.

In een tweede, bijpassend verhaaltje staat dat in het midden van de negentiende eeuw men daar zogenaamde ‘gedichtenpuzzels’ van maakte. En zo komen we weer uit bij taal ????

Op het schaakbord staat in ieder hokje een woord. Door je paard zo te laten springen dat het helemaal klopt, ontstaat er een gedicht.

Op die manier probeer ik de wiskunde wat luchtiger/ leuker te maken. We zitten per slot van rekening toch vaak een jaar samen in dat boek te bladeren, laten we dat dan ook maar op de beste manier doen.

Ben jijzelf ook wel nieuwsgierig geworden naar hoe dat werkt: dan hoor ik het antwoord graag van je.

De vraag was dus: Hoeveel hokjes moet een schaakbord hebben wil het paard alle hokjes langsgaan, geen enkele meerdere keren aandoen. Waarbij het begint en eindigt op de andere kleur. En uitkomt op het hokje naast degene waar het startte.

En als je helemaal de smaak te pakken hebt gekregen, hoor ik ook graag van je hóé het paard dan aan zijn tocht zou moeten beginnen.

Door: Marlies van der Zanden

Iteach geeft specifieke huiswerkbegeleiding aan leerlingen met dyslexie op het voortgezet onderwijs, van brugklas t/m eindexamen havo. Wat heb jij nodig om succesvol deze talige fase van het onderwijs door te kunnen komen? Dat is waar we steeds naar gaan kijken. Hoe kun je bijvoorbeeld de werkwoordspelling gaan onthouden of de Engelse woordjes, biologie of geschiedenis effectief gaan leren etc. Naast coach ben ik ook ervaringsdeskundige en kan ik jou en je ouders coachen om beter om te leren gaan met dyslexie. Daarom komt Iteach ook bij jou aan huis. Naast deze begeleiding geef ik ook wiskunde begeleiding, omdat ik zelf sterk ben in dit vak.
Terug